woensdag 22 augustus 2012

Kleine kinderen worden groot

De eerste schoolweek zit er alweer op. Het is altijd even wennen, na zo’n lange zomervakantie om weer vroeg op te staan en ineens weer van alles te ‘moeten’, maar ook wel weer lekker, met alle vrienden weer zien en gewoon weer in het ritme. Pim gaat elke morgen blij naar groep 7 al mist hij Daan toch wel; voor hem is dit de eerste keer dat hij naar school gaat zonder Daan. Want Daan gaat nu natuurlijk naar de middelbare school! De Hollandse school heeft alleen een lagere school, zodat we voor de middelbare school hier uit moesten wijken naar een internationale school en dat is het United World College South East Asia (UWCSEA) geworden. Een hele leuke, maar ook enorme school met meer dan 4000 leerlingen. Het internationale systeem is ook wat anders dan het Nederlandse; de overgang van primary naar middle school is bijvoorbeeld van grade 5 (onze groep 7) naar grade 6. Daan is nu begonnen in grade 7, wat ook betekent dat hij bij lange na niet de jongste van de school is (ze beginnen al bij grade 1); hier dus geen brugpieper-syndroom!
Enorme school met heel veel faciliteiten
Maar de andere veranderingen zijn wel groot; de school ligt 6 km verderop, alle lessen zijn in het Engels, hij zit met meer dan 10 nationaliteiten in de klas, en .... hij moet een schooluniform aan.. Nu is dat in Singapore heel gewoon (ik denk dat de Hollandse school ongeveer de enige in Singapore is zonder schooluniform) en valt de kleding wel mee: een groene polo en een grijze bermuda. De bermuda is wel behoorlijk ouderwets van snit, een hoog bandplooimodel, maar met de polo eroverheen zie je er gelukkig niet zoveel van.

Het valt best mee, dat uniform...
Elke ochtend vertrekt hij nu om 7.15 (de school begint al om 8.10 uur!) met de fiets naar de bushalte 1 ½ km verderop en pakt dan de bus naar school, die er ongeveer 20 minuten over doet. In Nederland zou je zo’n stukje natuurlijk helemaal fietsen, maar fietsen over de meeste wegen is hier toch behoorlijk challenging; de auto’s rijden zo’n 70 km per uur over drie banen en zijn totaal niet gewend aan fietsers. Als je dan ook nog van de linker- naar de rechterbaan moet zien te komen op je fietsje ben je of erg stoer of een beetje levensmoe. Daan gaat dus maar bij de bus!
Toch maar niet doorheen fietsen..

zaterdag 11 augustus 2012

Java met tempels, kampongs en een rokende vulkaan

Na drie heerlijke weken in Nederland was onze ‘echte’ vakantie een week naar Java. Ja, als je voor (letterlijk) hetzelfde geld naar Indonesië kan of een week kamperen in Zuid-Frankrijk is de keuze snel gemaakt! Omdat vooral Pim helemaal niet houdt van drukke Aziatische steden en we maar een week de tijd hadden, besloten we Jakarta links te laten liggen en ons te richten op oost-Java. We landden na twee uurtjes vliegen in Yogyakarta, wereldberoemd om de grootste boedhistische tempel ter wereld, de Borobudur en de minstens zo indrukwekkende Hindoeistische tempel Prambanan. Op het vliegveld werden we opgewacht door Pati, onze zeer vriendelijke en zorgzame chauffeur die ons de hele week veilig door het chaotische verkeer van Java loodste. We konden nog net de Borobudur gaan bekijken voor de zon onderging. Omdat het Ramadan was, waren er nauwelijks locale toeristen en was het heerlijk rustig, zodat we alles goed bekonden bekijken en prachtige foto’s schieten.
Borobudur

nog meer Borobodur

en het bewijs dat we er echt waren!

Na een mooie, maar wel wat lange, authentieke Javaanse dansshow van ruim 2 uur, gingen we slapen in het prachtige Phoenix-hotel, helemaal in art deco-stijl. De volgende dag was het tijd voor een bezoek aan een batikatelier en een zilversmederij. Ondanks onze waardering voor het knappe priegelwerk, vonden we de kleding, kleedjes en sieraden echt niet mooi en hebben we dus niets gekocht. Met een gids bezochten we het paleis van de sultan, dat nog steeds in gebruik is door de laatste sultan en de prachtige Prambanan-tempel, die een voorloper bleek te zijn van de Angkor Wat tempel die we in Cambodja hadden gezien.
mooie show, maar een beetje lang

Prachtige Prembanan
De volgende dag kregen we een kijkje in het alledaagse leven van Javanen in de kampongs (dorpjes). Met een gids fietsten we door de straatjes en gingen we binnen bij verschillende kleine zaakjes: een tofu- en tempe-fabriekje, een (medische) alcohol-stokerij, die de meeste winst haalde uit de illegale 40%-alcohol-verkoop (in het islamitische Indonesië mogen moslims geen alcohol drinken), een man die dakpannen maakte en een gamelan-smederij. Vooral die laatste twee adressen maakten diepe indruk; de man die dakpannen maakte stond al vijftig jaar lang met zijn blote voeten in de klei dakpannen te kneden voor iets meer dan een halve eurocent per stuk. Op een goede dag kon hij zo’n 600 dakpannen maken, zodat hij een omzet had van 3 euro per dag; ongelofelijk! Ook de mannen die de gamelans smeden moesten vreselijk hard werken in de schroeihitte van het vuur. Met vier mannen klopten ze de gamelans uit in een levensgevaarlijk ritme met vier hamers; als ze te vroeg of te laat sloegen, sloegen ze namelijk elkaars hersens in met de hamers... Zonder sportschool hadden deze mannen wel allemaal indrukwekkende sixpacks en spierballen, maar we waren allemaal erg blij dat we niet daar geboren waren.

al 50 jaar lang dakpannen kleien..

gras verzamelen voor de 'huis'koe

Na een mooie wandeling de volgende ochtend naar een waterval zijn we naar Malang gereden, waar nog duidelijk Nederlandse sporen te vinden waren. Zo hebben we echte kroketten geheten bij Toko Oen, een winkeltje/restaurant helemaal in jaren dertig-stijl. Daarna was het tijd voor de bergen; via een prachtige route dwars door het platteland zijn we naar de Bromo-vulkaan gereden. Hier koelde het ’s avonds behoorlijk af (tot een graad of 10-15), zodat we blij waren met onze lange broeken en vesten. Na een hele korte nacht (tot 10 uur ’s avonds leek er een soort competitie islamitisch bidden/zingen te zijn dat heerlijk galmend door de bergen via luidsprekers werd verspreid en dat ’s nachts om 3 uur weer begon...), werden we om 4 uur ’s ochtends opgehaald door een jeep om naar de Bromovulkaan te gaan. Om 5 uur kwam de zon op en hadden we vanaf een hoog punt het mooiste uitzicht van de wereld: een prachtig gevormde vulkaan, waar kleine rookwolkjes uitkwamen tegen een roze-blauwe lucht; schitterend!! Daarna mochten we zelf de krater beklimmen, waar een prima trap tegenaan bleek te zijn gebouwd. Bovenop de krater zagen we uit de diepte gele zwavelwolken opstijgen, heel bijzonder. De weg naar beneden ging natuurlijk nog een stuk gemakkelijker en konden we bijna glijdend/skieënd door de as afleggen; het voelde echt een beetje als wintersport!
het mooiste uitzicht ter wereld
in een stoet de krater op
het lijkt wel sneeuw, maar is as
In Kalibaru de bijna-laatste dag kregen we nog een hele interessante rondleiding door een plantage waar allerlei specerijen, fruit, palmbomen, koffie en rijst groeiden. Pim vond hier wel het allerleukste dat hij ook een palmboom mocht klimmen, hoewel hij niet tot de top mocht, die wel meer dan 10 meter hoog was. De laatste dag waren we in Surabaya, waar we in het mooiste hotel van de hele reis sliepen (en bijna alle hotels waren prachtig), het Maja Pahit, het vroegere Oranjehotel. Dit hotel bleek dezelfde architect te hebben gehad als het Raffles hotel in Singapore, wat aan alles te zien was, van de vergulde kranen in de badkamer tot de prachtige parketvloeren en natuurlijk de Surabaya Sling. De Nederlanders in Indonesië zorgden vroeger (en nu nog...) erg goed voor zichzelf!

op een rijtje door de rijstvelden

Prachtig hotel