dinsdag 1 mei 2012

Australië – Nemo en vrienden

daar ginds ligt het Great Barrier Reef
Eén van de must-see attracties van Australië is toch wel het Great Barrier Reef, dat wij als snorkel-enthousiastelingen, natuurlijk niet wilden missen. Met een grote katamaran vertrokken we vanaf Cairns, eerst naar een zandplaat-eilandje en daarna naar een rif op zee. De kwallen, met hun niet-vriendelijke eigenschappen, kwamen hier helaas ook nog voor, zodat we allemaal als een soort teletubbies, in strakke lycrapakken met capuchon en wanten gekleed, het water indoken. Gelukkig liep iedereen er zo bij, hoewel het sommigen beter stond dan anderen...
strak in het pak

Het was gelukkig wel meer dan de moeite waard: prachtige koralen, honderden kleurige vissen en zelfs drie schitterende zeeschildpadden, met net zo’n mooie grote ogen als in de film Nemo. Het was echt alsof je in een aquarium zwom. Ondanks onze PADI-certificaten uit Maleisië mochten we helaas niet duiken: in Australië moet je daarvoor minimaal 12 zijn. Gelukkig was alles al snorkelend net zo goed te zien en hebben we meteen een goede reden om nog eens terug te gaan naar Maleisië!
je kon de vissen zo volgen in het kristalheldere water
lekker in het zonnetje op het dek
De volgende dagen was het weer helaas wat minder met veel bewolking en ook aardig wat regen. In de omgeving was er gelukkig nog volop te bekijken met ook hier weer een waterhole om te zwemmen en prachtige watervallen. ’s Avonds lekker eten in 1 van de vele restaurantjes aan de boulevard van Palm Cove en de plaatselijke (erg lekkere) wijnen uitproberen, echt vakantie dus!

Daan was ook helemaal in de vakantiesfeer
beetje nat
hele mooie waterval
De terugvlucht via Sydney met eerst Jetstar en daarna Singapore Airlines was nog even spannend door onze krappe overstaptijd van 2 uur waarbij we onze koffers op moesten halen, opnieuw inchecken en van Terminal 2 naar Terminal 1 moesten. Gelukkig lukte het allemaal precies en waren we in een kleine 8 uurt weer thuis in Singapore. Het was een supervakantie!

zaterdag 28 april 2012

Australië – als een theezakje door het regenwoud

De noordoost-kust van Australië zag er weer compleet anders uit dan de plaatsen die we eerder hadden gezien met witte stranden met palmbomen, tropische planten á la Singapore en een dicht miljoenenjaren oud regenwoud (volgens de locals het oudste regenwoud ter wereld, maar ja, hoe bewijs je dat??). Dit regenwoud (Daintree forest) was onze eerste bestemming, waar we sliepen in leuke huisjes op een tropische fruit-boerderij. Onderweg passeerden we de Daintreerivier, 1 van de beste plekken om krokodillen te spotten. Veilig hoog en droog vanaf een boot hebben we ze ook echt gezien: een paar kleine jonkies en een flinke moeder-krokodil. Je zou denken dat je zo’n meterslang dier vrij simpel ziet, maar ze blijken echt enorm goed gecamoufleerd tussen boomstronken, modder in exact dezelfde kleur, en het water te liggen.
Crocodile Dundee & familie in de boot
Flinke dame, die we toch met moeite konden spotten
Deze zoutwaterkrokodillen kunnen echt gevaarlijk zijn; onze gids vertelde een hartverscheurend verhaal van een jongetje van 6 dat voor de ogen van zijn 8-jarig broertje 2 jaar geleden was verslonden door een krokodil, doordat ze op een niet-veilige plek aan het zwemmen waren. Met dit verhaal in ons achterhoofd hebben we daarna uitsluitend gezwommen op plaatsen die gegarandeerd krokodillen-vrij waren....
Echt niet doen dus!
Onderweg naar onze bestemming stuitten we nog op een Cassowary: een soort Krullevaar (je weet wel van Pluk van de Petteflet) in een felblauwe kleur. Hij probeerde de weg over te steken met zijn jong, maar durfde toch uiteindelijk niet, overdonderd door de aandacht van alle toeristen die foto’s probeerden te maken. Weer een dier om af te vinken!

Eerst heel veel bordjes onderweg
En daar liep er dan ook echt een!
Na een tropisch fruit-ontbijt hadden we een hele leuke excursie waarbij je, uiteraard goed vastgeklonken, via kabels tientallen meters boven de grond van boom naar boom kon slingeren. Ik had er zelf eerst nog wat bedenksels over, maar na aanmoediging van de super-enthousiaste gidsen heb ik het ook maar gewoon gedaan en het was geweldig! Echt voor je gevoel zo vrij als een vogeltje in een prachtige omgeving van eeuwenoude bomen, struiken, lianen en bloemen die er weer heel anders uitziet van bovenaf gezien.
zo vrij als een vogeltje
zelfs met tricks
Did it!!
Het Daintree forest ligt aan de Pacific Ocean met prachtige, maagdelijk-witte eindeloze stranden en een hele mooie blauwe zee. Helaas zaten in deze zee weer andere gevaarlijke beesten: kwallen die je dodelijk kunnen verwonden... We hebben daarom alleen maar over het strand gelopen en zijn ’s middags gaan zwemmen in een veilige - en ook schitterende- waterhole: een diep punt in 1 van de kreken in het regenwoud. Hier hing (volgens Pim) de leukste attractie van de vakantie: een touw aan een boom, waarmee je in het water kon slingeren als een soort Tarzan.
Droomstranden, maar niemand in zee...
me Tarzan, you Jane?
’s Avonds zijn we met een gids nog het regenwoud ingegaan. Onze gids wist echt veel te vertellen, van het materiaal waarmee de spin zijn web maakt (als de spin ons formaat zou hebben kon haar web een flink vliegtuig in de lucht tegenhouden), tot de jachtmethoden van slangen (ze kunnen uit de uitwerpselen op de grond uitmaken welk dier daar zit te slapen en waar het precies moet zitten). Gelukkig troffen we zelf weinig slangen onderweg (behalve 1 python op de weg, toe we alweer terugreden naar ons huisje), maar wel een paar mooie ‘draken’, vreemde hagedissen.
Allemaal beestjes
Na nog een paar laatste slingers aan het touw in de ochtend was het alweer tijd voor onze laatste bestemming: Palm Cove.

vrijdag 27 april 2012

Australië – Aboriginalland in de middle of niks

De volgende dag landden we vroeg in de middag echt letterlijk in de middle of nowhere op de enige landingsbaan van Ayers’ Rock. Eigenlijk heet deze enorme, bizar gevormde, roodgranieten rots Uluru en is een heilige plek voor de Aboriginals die al tienduizenden jaren deze woestijn bewonen. We hebben dus alleen maar om de rots heen gelopen en gereden – de rots is echt enorm groot – en hebben hem dus niet beklommen. Dat mocht ook niet omdat het te heet en daardoor te gevaarlijk was; de temperatuur liep ’s middags op tot wel 39 ̊C, echt schroeiendheet zoals in een sauna, maar dan met zon én vliegen. Deze superirritante zogeheten dessert-dwellers probeerden constant op je ogen, neus, mond of in je oren te vliegen/kruipen. De volgende dag liepen we dus allemaal verkleed als malloten rond met een netje over onze hoeden en petten. Dat hielp wel goed en we hoefden toch niet mee te doen aan een modeshow...

prachtig rood en groot Uluru

van dichtbij zag je pas echt hoe groot het is
Ontaard vroeg om kwart voor 6 werden we de volgende dag opgehaald door een gids voor de zonsopgang achter Uluru te gaan bekijken en een mooie wandeling te maken door een kloof die liep tussen de Kata Tjuta, ook zo’n bizarre rotsformatie. Onze gids wist erg veel te vertellen over de gebruiken van de Aboriginals (hoe ze hun verf maakten van stenen die we onderweg vonden en hoe ze water konden vinden door te kijken waar de Eucalyptusbomen groeiden, die alleen op plekken groeien waar het water hoog staat) en gelukkig wist ze ook hoe de rotsen ontstaan waren (wat we ons natuurlijk al 2 dagen afvroegen). Tientallen miljoenen jaren geleden hadden er op deze plaatsen enorme bergen gestaan, formaat Himalaya. Onder invloed van water en wind waren aan de voet van deze bergen enorme hoeveelheden stenen afgezet, die veel later verdwenen onder de binnenzee die toe ontstond. Door enorme druk werden deze stenen in weer miljoenen jaren tijd opeengeperst tot een grote brok graniet. Toen er weer veel later een aardverschuiving plaatsvond kantelde deze enorme brok en werd omhoog getild: Uluru.
Gesluierd op pad
voor Kata Tjuta
De volgende dag reden we meer dan 200 km door de woestijn, waarbij we maar 1 huis/benzinepomp/wegrestaurant tegenkwamen; ongelofelijk voor Nederlandse en Singaporese begrippen. Wel kwamen we onderweg een Dingo (wilde hond) tegen en prachtige roofvogels. Hoe we ook speurden in de oneindige grasvlakte met wat boompjes en struiken, de rode plekken bleken helaas geen kangaroes maar stukken rots of  losgewoelde grond te zijn. Onze plaats van bestemming was Kings Canyon met een camping, benzinepomp, kamelenfarm, helicopterservice en café/restaurant-in-1 met alleen maar hamburgers op het menu. Wel kon je kiezen tussen een hamburger van bief, kip, groente of... kameel. Keuze genoeg dus voor 2 nachtjes! We sliepen hier in twee mooie kant-en-klaar tenten met echte bedden, een nachtlampje en een ventilator. En het allermooiste: je mocht hier een kampvuur maken! Daan en Pim waren dus lang bezig met het zoeken van het beste hout en droog gras, waarna ze een enorm vuur maakten dat de hele camping zowat verlichtte en dat het zo heet maakte dat je er echt meters vanaf moest zitten om niet te verschroeien (zonder het kampvuur was het al redelijk warm met ruim 25 ̊...).
vuurtje stoken blijft wel erg leuk...
Dingo in het wild
Bepakt met vele liters water gingen we de volgende ochtend al vroeg op pad om de Rims walk te doen: een wandeling over de kam van de King’s Canyon van 3 uur. De jongens vonden het geklauter over de stenen prachtig en het pad was prima te doen en echt onvoorstelbaar mooi met naast ons soms steile ravijnen en uitzichten van kilometers over oneindige vlakten en andere bergen. Na ’s avonds weer een kamelenburger en uiteraard weer een kampvuur (nu iets minder hoog) hebben we ’s ochtends door dezelfde canyon een korte wandeling onderlangs gemaakt. Dit was ook erg mooi, maar meer een pad, dus minder interessant voor Daan en Pim. Na een flinke rit van ruim 300 km (met nu twee huizen onderweg) en een groep Dingo’s en een kleine kudde kamelen (er lopen in Australië blijkbaar meer wilde kamelen rond dan in het Middenoosten) arriveerden we in een echte stad: Alice Springs (formaat kleiner dan Wageningen).
Pim on top of the world
echte wilde Australische dromedarissen
Op het eind van de middag zijn we hier nog naar een plek gegaan waar de zeldzame zwartvoet-rots-wallabies (kleine kangaroes) voor zouden komen en na een kwartiertje kijken ontdekte Daan 3 wallabies tussen de enorme stapel rotsblokken: 2 volwassenen en 1 jonkie. Ze bleken gelukkig niet schuw te zijn, zodat Ardy weer aardig wat plaatjes kon schieten. Na nog een wandeling door een canyon in de ochtend moesten we de outback alweer achter ons laten om door te vliegen naar een wat meer bewoonde plaats in Australië: het tropische Cairns.
het lijkt wel een flink konijn maar is een echte wallabie!

maandag 16 april 2012

Australië – Sydney op de fiets

Australië (Sydney) ligt op een vliegafstand van ‘maar’ 7 uur vanaf Singapore; een prima reden dus om onze paasvakantie ‘ down-under’ te houden! Het is natuurlijk een gigantisch groot land, zodat we echt moesten kiezen wat te doen in twee weken. Zeker omdat we denken dat we hier niet vaker zullen komen, wilden we zoveel mogelijk verschillende plaatsen zien en verschillende dingen doen. Na wat gepuzzel kwamen we uit op Sydney, outback (midden-Australië) en een week Cairns en omgeving aan de oostkust met tropisch regenwoud en het Great Barrier Reef.
Hoezo groot land??
Maar eerst dus Sydney; een prachtige stad, helemaal gedrapeerd langs de lange, grillige kustlijn. Het centrum is redelijk compact, dus prima wandelend te verkennen. Er loopt echter ook een monorail doorheen, wat de jongens natuurlijk veel leuker vonden. De eerste dag waren we nog wat brak van onze nachtvlucht die – wel heel leuk – in een gigantische dubbeldekker Airbus 380 was en hebben we een klein rondje Sydney gedaan. Eerst naar een Harry Potter-tentoonstelling in een museum (leuk met allerlei ‘ echte’ attributen uit de films) en daarna heerlijk Fish and Chips aan de boulevard.
Mooie skyline van Sydney
Ook mooi vanaf het water
De Aussies waren erg vriendelijk en superrelaxed en stammen (aan de koppen te zien) nog duidelijk af van Europese boerenemigranten, niet erg verfijnd dus... Op de boulevard waar diverse vrijgezellenparties bezig waarbij niet erg duidelijk was of het meisjes waren die zelf hun vrijgezellenfeest vierden of animeermeisjes voor de vrijgezelle jongens. De mode was namelijk erg kort, van onder én boven waarbij niet echt gekeken werd of deze mode nou wel het beste paste bij het lijf dat in het jurkje werd gehesen. En dat met een bevolking waarvan een kwart van de mensen aan obesitas lijdt – erg vermakelijk voor een avondje!
Laten zien wat je hebt...

De volgende dag was het stralend weer en zijn we met de veerboot naar Manly Beach gegaan waar we een heerlijke fietstocht langs de kust hebben gemaakt. Vanaf de boot hadden we een prachtig uitzicht op de skyline van Sydney met – uiteraard – het wereldberoemde operagebouw. Ardy had weer veel te fotograferen!
Sportief op de fiets

Mooi uitzichtspunt
Mooi plaatje met de opera

Opera in close up by night

woensdag 28 maart 2012

Duiken op Sibu


Het laatste bezoek was nog maar een paar dagen weg toen het volgende bezoek alweer op het vliegveld stond:  dit keer de familie van Helvoort: Edwin, Helma en kleine neefje Thomas. Erg leuk om elkaar weer te zien en vooral Daan en Pim vonden het superleuk om uitgebreid met Thomas te kunnen spelen. Pim zou daarom graag nog een baby erbij willen hebben (zo schattig), maar het moet dan wel een jongetje zijn! Wij vonden het ook erg gezellig met Thomas, maar zien toch meer voordelen in een klein neefje dan een eigen baby...
Edwin, Helma en Thomas voor de skyline van Singapore

kijken, kijken en niet kopen in Chinatown


lichtshow vanaf Marina Bay Sands

Natuurlijk hebben we weer het rondje gemaakt met (nu de dag)dierentuin, Chinatown, Botanische tuinen, Little India en uitzichtspunten. Met nieuwe gasten toch altijd weer leuk. Op donderdagmiddag hebben we nog een kleine minivakantie eraan geplakt en zijn we met zijn zevenen naar Sibu gegaan, een klein eilandje voor de oostkust van Maleisië. Met een taxibusje waren we in een goede twee uur bij de haven, waar de boot al snel aankwam om ons naar Sibu te varen.  De zee was erg kalm en zo glad als een spiegel -waar met name Helma blij mee was omdat ze snel zeeziek is -zodat we een klein half uurtje later al met onze blote voeten op het superzachte,witte koraalzand stonden. Toch weer 1 van de voordelen van het wonen in Singapore!
Paradijsje..
Ons resort bestond uit een aantal hutjes op het strand en een groot terras met bar en restaurant. Gelukkig hier wel alcohol (niet altijd verkrijgbaar in islamitisch Maleisië) en met de prachtige omgeving bijzonder relaxed en heel goed uit te houden voor een paar dagen.
spelen met zand blijft leuk
Voor Thomas was het de eerste keer aan zee en na wat aarzelende pogingen in het begin, vond hij het helemaal super in de golven en durfde zelfs de laatste dag kopje-onder. Het strand was natuurlijk ook geweldig, hoewel hij na een hele middag spelen in het zand vroeg wanneer we naar het strand gingen; hij had nu wel lang genoeg in de zandbak gespeeld...
geen leukere speelkameraden dan neefjes!
Met een broer/oom als duikinstructeur bij de hand was de verleiding wel erg groot om toch maar een proefduik te gaan maken. Ik (als enige niet-waterrat), besloot zelfs mee te gaan, want zo’n proefduik was toch alleen maar wat ronddobberen met zuurstofflessen, toch?! Maar ook bij een introductieduik bleek een stukje theorie te zitten (do’s en don’ts), wat ik nog niet erg vond, maar helaas ook wat praktische oefeningen zoals je mondstuk laten vallen en weer terug in je mond stoppen terwijl je op 3 meter diepte zit.. Het lastigste vond ik (die al panisch is voor wat water in mijn neus) echter het vol laten lopen van de duikbril en dan met lucht uit je neus weer leeg krijgen.... Na twee pogingen lukte het mij echter ook (Ardy en de jongens deden dit natuurlijk als volleerde scubadivers) en konden we aan het echte duiken beginnen. En ik moet zeggen, dit is gewoon een heerlijk gevoel, gewichtloos zweven in het water en ondertussen leuke vissen bekijken. We hebben nu allevier een eerste PADI-certificaat gehaald en mogen zelfs een jaar lang onder begeleiding duiken. Misschien dus straks toch het Great Barrier Reef in Australië al duikend bekijken, wie weet!
De theorie was nog niet zo moeilijk
Klaar voor de start
Did it!!

maandag 5 maart 2012

Eerlijk duurt het langst

Afgelopen week hadden we weer gezellig (familie)bezoek uit Nederland: opa, oma, Ingrid en de grote neven Jarne en Kyron. Zo komen de zes badkamers in ons huis toch een keer goed van pas! Iedereen vond het erg leuk om te (laten) zien hoe we hier wonen, naar school gaan, leven en werken. Het blijft toch heel moeilijk om dat via deze blog, Skype of foto’s  echt over te brengen.
met z'n allen naar de wekelijkse Assembly op de Hollandse school
Ook hebben we uitgebreid de toeristische attracties van Singapore bekeken: Sentosa Eiland met stranden, Marina Bay Sands, de Nachtsafarie, Vogelpark,  Chinatown en Little India, botanische tuin, het reuzenrad en het regenwoud. Hieruit bleek wel dat de angst die met name Pim heeft voor fladderende dieren genetisch is aangelegd: ook Jarne en Kyron moesten niets hebben van vliegende eekhoorns en papegaaien die gezellig bij je op je schouder wilden zitten.

Neven en neefjes
Moeder en dochters

de skyline van Singapore vanuit de Singapore flyer
Andere dieren vonden ze gelukkig wel leuk, zoals onze (huis)gekko’s die alle insecten keurig opruimen, de otters in het mangrovebos en de varanen (hoewel het fijn was dat die op enige afstand zaten). De apen, die Daan en Pim bijna dagelijks tegenkomen als ze naar school lopen, lieten zich echter niet zien als Jarne en Kyron meeliepen. Pim was daar erg blij om (hij heeft het niet zo op die nieuwsgierige apen), maar Jarne en Kyron vonden het natuurlijk wel jammer. De laatste dag lieten de apen zich toch nog even uitgebreid zien en konden ze op de foto worden gezet.
Twee wilde otters proberen een enorme meerval naar binnen te werken
Salto's in het zwembad met een grote neef als springplank
Er bleek nog een familietrekje in de familie van Herel te zitten: het laten liggen van spullen in een Singaporese taxi. Eerder hadden Erwin en Lenny hun (dure) fotocamera in de taxi laten liggen en nu had Jarne zijn mobieltje uit zijn broekzak laten glijden in de taxi. In Nederland kun je dan gewoon fluiten naar je spullen, maar in Singapore bel je dan gewoon naar de taxicentrale, geeft een beschrijving van de taxirit en de chauffeur en krijgt dan enkele uren later keurig je spullen terugbezorgd. We waren hier natuurlijk erg blij om, hoewel het vreemd is dat je dit eigenlijk bijzonder vindt, iedereen zou toch gewoon van andermans spullen af moeten blijven?!

zondag 5 februari 2012

Gong Xi Fa Cai (voorspoedig Chinees nieuwjaar)


Singapore lijkt een hele westerse stad, maar is als je het iets beter kent, ook een echte Chinese stad. Afgelopen week was het Chinees Nieuwjaar, het allerbelangrijkste feest voor Chinezen, dat hier natuurlijk uitgebreid werd gevierd. Dit ging echter niet gepaard, zoals we wel verwacht hadden, met het afsteken van grote hoeveelheden vuurwerk. In Singapore is dit (natuurlijk, we hadden het kunnen weten) verboden omdat het te gevaarlijk is. Nederland schijnt 1 van de weinige landen ter wereld te zijn waar het wel mag, maar dit terzijde...
Traditionele 'Liondance' voor de kinderen van de Hollandse School
Wat merk je hier dan wel van het Chinees Nieuwjaar? Allereerst zijn er heel veel winkels gesloten die anders nooit dichtgaan, zelfs Orchard Road was voor een paar dagen behoorlijk uitgestorven. In winkels en natuurlijk in Chinatown was van alles te koop, speciaal voor Chinees Nieuwjaar, vooral veel eten, maar ook bloemen, planten en allerlei papieren voorwerpen om te verbranden (van nepgeld tot papieren bierblikjes). Chinees Nieuwjaar is een belangrijk moment om de voorouders te vereren en dat gebeurt vooral door het brengen van rookoffers; de rook zal naar de hemel opstijgen en zo de voorouders bereiken. Daar waren dus al die papieren neppaspoorten, geld en bierblikjes voor; opa moet zo kort mogelijk in het vagevuur blijven en kan met een rook-paspoort sneller naar de hemel en lust daar natuurlijk ook wel een pintje...
met draken versierde straten in Chinatown


je kon over de koppen lopen in Chinatown
Verder wordt Chinees Nieuwjaar wordt vooral in familieverband gevierd waarbij traditioneel gerechten worden gegeten, niet omdat ze zo lekker zijn, maar omdat ze ‘auspicious meaning’, dus een bijzondere betekenis hebben. Kleuren zijn daarbij belangrijk: rood en goud worden gezien als een gelukskleur (je wordt dus bedolven onder sinaasappels) en verschillend voedsel klinkt in het Chinees als ‘geluk’ of ‘rijkdom’ en moet daarom vooral gegeten worden.
Rood en goud en alles van papier
Nu is dit jaar een extra belangrijk jaar waar veel van verwacht wordt omdat dit jaar het jaar van de draak is. De Chinezen hebben in totaal 12 dierentekens, waarvan de draak als de top wordt gezien. Dit betekent dat we dit jaar dus een kleine geboortegolf kunnen verwachten, omdat iedereen natuurlijk het liefste een drakenbaby wil. Gelukkig hebben wij al een drakenkind (2000, Daan’s geboortejaar was ook het jaar van de draak), zodat we daar niet meer aan hoeven te beginnen...
Een draken- en een slangenkind, wat heb je dan nog meer te wensen?