zondag 23 maart 2014

De paden op, het water in en prachtig Luang Prabang

Na de zeer relaxte boot- en olifantentochten was het tijd om zelf weer actief te worden: een trekking dus. Na een mooie wandeling door de jungle zijn we langs een riviertje afgezakt naar mooie watervalletjes en een meertje waar we heerlijk hebben kunnen zwemmen, hoewel het water wel erg fris was... Speciaal voor Pim was hier ook een touw waarmee hij zich in het water kon slingeren, helemaal leuk dus!








Daarna was het weer tijd om terug te gaan naar Luang Prabang waar we nog 1 nachtje bleven. Luang Prabang is 1 van de mooiste en gezelligste Azatische steden die we totnutoe gezien hebben,  vol prachtige huizen uit de koloniale tijd en mooie tempels, met leuke restaurantjes en winkeltjes langs de rivier en in het centrum. Het is ook meer een provinciestadje dan een echte stad, maar Laos is zo dunbevolkt dat dit 1 van de grootste steden is. 









Na een ontspannen middag/avond met een fietstochtje door de stad mochten we ook de laatste dag van onze vakantie nog vroeg uit ons bed: om half 7 trokken de monniken door de hoofdstraat van Luang Prabang om aalmoezen te ontvangen, waar ze de rest van de dag van moeten eten. Hoewel het tegenwoordig ook vooral een toeristische attractie is, was het toch een heel mooi gezicht om al die monniken met hun oranje kleden te zien lopen. Anders dan de katholieke monniken zijn de meeste Boedhistische monniken maar voor een paar maanden of weken monnik; een mooie les in nederigheid en dienstbaarheid. Ook verzorgen de kloosters voor een belangrijk deel onderwijs voor jongens uit arme gezinnen, die vaak voor langere tijd het klooster ingaan. Daan en Pim vonden het allemaal erg interessant om te zien maar gaan alleen toch liever naar hun huidige scholen...












zaterdag 15 maart 2014

Hoe tem je een olifant?


Onze reis door Laos begon met een uitermate relaxte tweedaagse bootcruise over de Mekong rivier. We gleden langs een prachtig landschap van heuvels en bergen, begroeid met palmbomen, bamboe en andere tropische planten. Heel af en toe zagen we hutjes langs de oever en waterbuffels, olifanten die in de rivier een bad kwamen nemen.
Onze route via de Mekong rivier van
Houei Sai naar Luang Prabang

 


"Long boat" zoals wij die ook hadden
Onderweg stopten we bij een dorpje waar mensen nog echt hetzelfde leefden als 100 jaar geleden; zonder electriciteit of geld, helemaal zelfvoorzienend met wat de rivier en het regenwoud te bieden had, heel bijzonder! 
 
Erg leuk om jezelf op de foto te zien













Het hoogtepunt van onze Laos-reis was een tweedaagse ‘cursus’ olifanten temmen. In een vallei, vlakbij Luang Prabang, werden ‘oude’ werkolifanten opgevangen en mochten toeristen onder begeleiding van echte mahouts de olifanten mee verzorgen. Allereerst kregen we les in commando’s in het Laotiaans: pai pai was naar voren, kwa kwa naar links en (heel belangrijk!) hou hou was stop. Nadat je de olifant van opzij benaderd had (van voren ziet hij je slecht aankomen) stak de olifant keurig zijn poot omhoog en kon je via zijn poot op zijn nek klimmen. KnieĆ«n achter de oren, handen op de kop en rijden maar! Het was echt hoog en best spannend, maar ook superleuk. Hierna gingen we voor een ‘gemakkelijk’ ritje: in een stoel bovenop de rug van de olifant een wandeling van een uur, over soms smalle paadjes en een heel stuk door de rivier.











Toen we dit goed onder de knie hadden, gingen we weer op de kop van de olifant gezeten, met de olifanten naar de jungle, waar zij overnachtten. De volgende dag was het tijd voor het echte toetje: olifanten badderen. Al om half 8 kwamen de olifanten weer terug uit de jungle en mochten we de olifanten in de rivier laten badderen. Zittend op de nek/kop/rug mochte we de olifanten uitgebreid borstelen en lieten ze zich soms kopje onder glijden in het water. Prachtig om te zien hoe die magnifieke beesten hiervan genoten en wij ook!



Al weer erg vroeg terug naar de olifanten voor de wasbeurt.
Gelukkig kwam er al snel een zonnetje bij





dinsdag 4 februari 2014

Local flavours of Thailand

Singaporezen hebben twee grote hobbies: eten en shoppen. Na bijna 2 ½ jaar Singapore zijn we hier ook al aardig mee ingeburgerd, vooral op het gebied van eten. De Singaporese kledingmaten zijn toch niet helemaal de mijne.....

In Singapore kun je heerlijk Thais eten op zowat elke hoek van de straat, maar in Nederland wordt dat vast weer heel anders. Twee dagen Chiang Mai in Thailand waren dus het moment om zelf Thais te leren koken via een van de vele kookscholen daar. Eerst gingen we naar een locale markt om boodschappen te doen. Hier kregen we even snel les in de ‘geheime ingredienten’ van de Thaise keuken: chillipasta, lemongrass, koriander, gember, kokosmelk en niet te vergeten palmsuiker. Ook lagen er allerlei soorten kruiden, groenten en fruit, die ik zelfs in Singapore niet ben tegengekomen. Gewapend met potjes chilliepasta (volgens onze chef moeilijk verkrijgbaar buiten Thailand), 10 soorten gedroogd fruit en een zakje ‘pigskin’knabbels en alle ingredienten die onze chef had gekocht werden we iets buiten de stad gebracht, waar een prachtige buitenkeuken met 6 kookeilanden op ons wachtte.


Elk gerecht werd stap voor stap uitgelegd en door onze chef voorgedaan, waarna we zelf mochten gaan hakken, snijden, stampen, roeren en bakken. Iedereen deed enorm zijn best en alle gerechten lukten wonderwel. Misschien doordat we er zelf nu alle moeite voor moesten doen vond iedereen zijn eigengemaakte gerecht ook echt het allerlekkerst. Het laatste gerecht was het spectaculairst: roerbakken met de vlam in de pan... Zonder brandwonden konden we gelukkig ook onze laatste twee gerechten opeten en mochten we met zijn allen nog een grote Thaise wensballon oplaten, superavond!

De eindresultaten

De volgende dag waren we wat stijf van de harde bedden in ons hotel en misschien ook nog van de fietstocht door Chiang Mai en besloten Ardy en ik te gaan voor een andere Thaise specialiteit: een Thaise massage. In het straatje naast ons hotel zaten verschillende massagesalons, waarvan er 1 van buiten in ieder geval erg netjes uitzag. Binnengekomen mochten we op een bankje  uit ‘het menu” (masages met of zonder olie, van een uur of nog langer) kiezen en daarna een ‘good boy’ uitkiezen van de 6 knullen die ons inmiddels vol verwachting stonden aan te kijken. Dit gaf een enigszins vreemd gevoel, zodat ik maar de jongen uitkoos die er het meest homo uitzag (een jongen met roze-rode lippenstift valt in ieder geval niet op vrouwen, toch?!). Boven aangekomen begon mijn ‘boy’ zich echter ook uit te kleden toen ik in mijn bikini op de tafel lag. Toen ik wat benauwd aangaf dat ik dat liever niet had, hield hij gelukkig zijn spijkerbroek aan.... De massage was echter heel erg goed en gelukkig zonder verder vreemde fratsen.
 
    Het meest kitscherig Wat Rong Khun bij Chiang Rai
    ontworpen door Chalermchai Kositpipat
     

Vanaf Chiang Mai gingen we met een minibusje met andere toeristen via "the white temple" en de “Golden Triangle” (plaats waar Thailand, Myanmar en Laos elkaar raken en die berucht is/was vanwege de opiumsmokkel) naar Chiang Rai. Vanaf Chiang Rai hadden we onze laatste ‘real-Thai-experience’: een lokale bus, die niet alleen passagiers vervoerde maar ook allerlei andere dingen, zoals medicijnen voor een apotheek en bloemenkransen voor een boedhistisch klooster onderweg. De bus rammelde en piepte en leek ongeveer even gemakkelijk bestuurbaar als een tank, maar wist toch na bijna 2 ½ uur (in plaats van de beloofde 1 ½ uur)  onze bestemming te bereiken: Chiang Kong, aan de Mekong rivier en de grens met Laos. We zijn weer mooie Thailand-ervaringen rijker!