Singaporezen hebben twee grote hobbies: eten en shoppen. Na
bijna 2 ½ jaar Singapore zijn we hier ook al aardig mee ingeburgerd, vooral op
het gebied van eten. De Singaporese kledingmaten zijn toch niet helemaal de
mijne.....
In Singapore kun je heerlijk Thais eten op zowat elke hoek
van de straat, maar in Nederland wordt dat vast weer heel anders. Twee dagen
Chiang Mai in Thailand waren dus het moment om zelf Thais te leren koken via
een van de vele kookscholen daar. Eerst gingen we naar een locale markt om
boodschappen te doen. Hier kregen we even snel les in de ‘geheime ingredienten’
van de Thaise keuken: chillipasta, lemongrass, koriander, gember, kokosmelk en
niet te vergeten palmsuiker. Ook lagen er allerlei soorten kruiden, groenten en
fruit, die ik zelfs in Singapore niet ben tegengekomen. Gewapend met potjes
chilliepasta (volgens onze chef moeilijk verkrijgbaar buiten Thailand), 10
soorten gedroogd fruit en een zakje ‘pigskin’knabbels en alle ingredienten die
onze chef had gekocht werden we iets buiten de stad gebracht, waar een
prachtige buitenkeuken met 6 kookeilanden op ons wachtte.


Elk gerecht werd stap voor stap uitgelegd en door onze chef
voorgedaan, waarna we zelf mochten gaan hakken, snijden, stampen, roeren en
bakken. Iedereen deed enorm zijn best en alle gerechten lukten wonderwel.
Misschien doordat we er zelf nu alle moeite voor moesten doen vond iedereen
zijn eigengemaakte gerecht ook echt het allerlekkerst. Het laatste gerecht was
het spectaculairst: roerbakken met de vlam in de pan... Zonder brandwonden
konden we gelukkig ook onze laatste twee gerechten opeten en mochten we met
zijn allen nog een grote Thaise wensballon oplaten, superavond!
 |
| De eindresultaten |

De volgende dag waren we wat stijf van de harde bedden in
ons hotel en misschien ook nog van de fietstocht door Chiang Mai en besloten
Ardy en ik te gaan voor een andere Thaise specialiteit: een Thaise massage. In
het straatje naast ons hotel zaten verschillende massagesalons, waarvan er 1
van buiten in ieder geval erg netjes uitzag. Binnengekomen mochten we op een
bankje uit ‘het menu” (masages met of
zonder olie, van een uur of nog langer) kiezen en daarna een ‘good boy’
uitkiezen van de 6 knullen die ons inmiddels vol verwachting stonden aan te
kijken. Dit gaf een enigszins vreemd gevoel, zodat ik maar de jongen uitkoos
die er het meest homo uitzag (een jongen met roze-rode lippenstift valt in
ieder geval niet op vrouwen, toch?!). Boven aangekomen begon mijn ‘boy’ zich
echter ook uit te kleden toen ik in mijn bikini op de tafel lag. Toen ik wat
benauwd aangaf dat ik dat liever niet had, hield hij gelukkig zijn spijkerbroek
aan.... De massage was echter heel erg goed en gelukkig zonder verder vreemde
fratsen.
 |
Het meest kitscherig Wat Rong Khun bij Chiang Rai ontworpen door Chalermchai Kositpipat
|
Vanaf Chiang Mai gingen we met een minibusje met andere
toeristen via "the white temple" en de “Golden Triangle” (plaats waar Thailand, Myanmar en Laos
elkaar raken en die berucht is/was vanwege de opiumsmokkel) naar Chiang Rai.
Vanaf Chiang Rai hadden we onze laatste ‘real-Thai-experience’: een lokale bus,
die niet alleen passagiers vervoerde maar ook allerlei andere dingen, zoals
medicijnen voor een apotheek en bloemenkransen voor een boedhistisch klooster
onderweg. De bus rammelde en piepte en leek ongeveer even gemakkelijk
bestuurbaar als een tank, maar wist toch na bijna 2 ½ uur (in plaats van de
beloofde 1 ½ uur) onze bestemming te
bereiken: Chiang Kong, aan de Mekong rivier en de grens met Laos. We zijn weer
mooie Thailand-ervaringen rijker!